Platform onze kindertijd
“Know thyself.”
Socrates
Over mijzelf
Mijn weg van onderdrukking naar bevrijding
Ik ben deze website begonnen om anderen te inspireren en aan te moedigen hun verdringing en verloochening van het lijden als kind op te heffen. Want als we onze waarheid blijven ontkennen, dan moeten we daar vroeg of laat voor betalen. We kunnen gaan lijden aan psychische en lichamelijke symptomen, ziek worden en zelfs vroegtijdig sterven. Door loochening blijven we het afhankelijke kind van onze eens misbruikende ouders. Pas als we de moed hebben onszelf te confronteren met onze pijnlijke waarheid en de onderdrukte gevoelens bevrijden, kunnen we een echt autonoom en authentiek mens worden en een vrij leven leiden.
Mijn vroegste jaren: afwijzing
De afsluiting van mijn gevoelens begon al in de baarmoeder. Mijn moeder toonde geen interesse in mij en ik ervaarde daar al een gevoel van verlatenheid en afwijzing. Mijn lichamelijke integriteit in de baarmoeder bleef intact tot een maand of 7, 8. Toen stompte ze me in mijn rug door de buikwand heen. Ze wilde gaan slapen en niet door mijn getrappel om aandacht en liefde gehinderd worden. Toen mijn geboorte naderde kreeg mijn moeder stress. Nu kwam er weer een kind bij, wat ze als een last beschouwde. In haar ogen was ik ‘weer zo’n mormel’. Deze stress was een verschrikkelijke ervaring. Het was horror. De verbinding met moeder werd verbroken en ik kon me nergens meer op oriënteren. Het voelde als sterven.
Al heel vroeg wilde ze me dus ‘lesjes leren’, zoals Alice Miller beschreef in haar boek In den beginne was er opvoeding (1983). Je moest daar zo vroeg mogelijk mee beginnen om het gewenste effect te hebben. Overeenkomstig de zwarte pedagogie zou het kind zich daar later toch niets meer van herinneren. Mijn moeder zei dat later weleens: ‘wat weet een kind daar nou nog van’. Maar het lichaam herinnert zich alles wat het heeft meegemaakt. Goede en slechte ervaringen. Zij schond mijn lichamelijke integriteit ook na mijn geboorte; ze probeerde met een kussen mijn huilen te smoren, ze stompte, sloeg, schreeuwde en kneep me. Er was geen veiligheid; geen warme, beschermende armen en geen troost. Ik mocht haar vooral niet tot last zijn.
Voor mijn vader was ik vreselijk bang. Net als mijn moeder was hij niet geïnteresseerd in mij. Hij had geen respect voor mijn waardigheid en gaf me geen bescherming en tederheid. Communicatie weigerde hij. Zoals ook mijn moeder, onttrok hij zich aan de relatie met mij. Wat mijn moeder met me deed interesseerde hem niet. Hij had veel onderdrukte agressie in zich waarvan ik dacht dat die voor mij bedoeld was en het op mij gemunt had. Later toonde deze angst zich in nachtmerries. In het ouderlijk huis, de familie en in het dorp, was er niemand ook maar enigszins verlicht; er was niemand die mij een andere ervaring gaf van liefde en respect. Toen ik vijf jaar was, voelde ik me hulpeloos, angstig en heel onzeker. Mijn zelfbeeld was zwart. Ik herinner me helder dat ik dacht: mijn leven zal nooit meer veranderen. Zo hopeloos en hulpeloos voelde ik me.
De vernietiging van vitaliteit
Mijn moeder kon mijn vitaliteit en levendigheid niet verdragen. Het herinnerde haar aan wat er eens in haar was bestreden door haar eigen moeder. Mijn behoefte aan autonomie en onafhankelijkheidsgroei werd de kop ingedrukt nog voordat ik de kans kreeg deze te ontwikkelen. Ik moest al mijn pijn, woede en vitaliteit onderdrukken om deze hel en martelkamers te overleven. Mijn vitaliteit werd niet alleen onderdrukt, maar werkelijk vernietigd en dat voelde als sterven.
Een poging het verleden te verwerken: de herhalingsdwang
Toen ik 19 jaar was, kreeg ik mijn eerste kind en begon ik aan een gezin. Onwetend en onbewust, met een gekwetst, niet-geïntegreerd behoeftig klein meisje in me. Ik koos daarvoor een partner uit die op mijn vader leek. Een man die het als kind niet was toegestaan te voelen. Net als ik had hij zijn kinderervaringen onderdrukt en diep begraven. Zoals mijn vader had hij geen respect voor mij en was er geen empathie, zorgzaamheid en ondersteuning. Emotioneel ontoegankelijk en weigerde communicatie. Een man die niet in staat was te binden en van me te houden. Op deze manier herhaalde ik de tragedie van mijn kinderjaren en maakte het leven zuur van mijn prachtige kinderen. Ik herinner me de woorden van Alice Miller in Het drama van het begaafde kind (1997) dat als we aan kinderen beginnen voordat de verdringing is opgeheven we dan onbewust de tragiek van onze eigen kindertijd voortzetten in de relatie met onze eigen kinderen. Het is de waarachtige waarheid.
Het vinden van een bevrijder
Na het overlijden van mijn vader in 1977 lieten mijn onderdrukte kindergevoelens zich niet langer onderdrukken. Het kind in mij wilde uit de gevangenis komen waarin ze al zolang had verbleven. Ik was vastbesloten mijzelf te helen en iemand te vinden die me hielp volledig toegang te krijgen tot de emoties uit mijn kindertijd. Ik wilde een voelend, empathisch mens worden; mezelf helen, mijn wonden verzorgen en de volle waarheid vinden. Een zoektocht naar zo’n iemand begon. Ik reisde het hele land door op zoek naar een geschikte therapeut. Had 1 of enkele gesprekken of bleef wat langer, maar voelde me door niemand begrepen. Net zoals vroeger ik door mijn ouders niet werd begrepen.
Inmiddels gedreven door wanhoop kwam ik uiteindelijk bij Joan van Bork, een psychoanalyticus waar ik enkele jaren bleef. Maar net als al die anderen, was ook bij hem de idealisering van zijn ouders niet opgegeven; hij stond niet onvoorwaardelijk aan de kant van het voormalige kind. De intense emoties uit mijn kinderjaren kon ik niet ten volle beleven, omdat ik de boodschap kreeg: ‘denk erom, ze doen ook nog zoveel goed’. In plaats van de bondgenoot te zijn van het kind in mij, bood hij mij de theorie van Donald W. Winnicot: de ‘good enough’ ouders. Deze woorden zijn voor mij een signaal dat de idealisering van de moeder bij Winnicot niet geheel was opgegeven. Ik kreeg niet de meelevende begeleiding van Joan die ik nodig had om de volledige loochening op te heffen en al mijn onderdrukte gevoelens te bevrijden.
Ik stopte de gesprekken en gaf me over aan het werk van Alice Miller. Zij werd mijn meelevende getuige en opende mijn ogen voorgoed. Ze werd mijn gids in het proces mijn eigen waarheid te vinden. Totdat ik mijn eigen Wetende getuige kon zijn. Met haar werk kon ik de juiste koers varen. Met mijn volwassen deel kon ik het kind dat ik was uit haar isolement halen. Haar helpen haar pijn én woede te voelen en haar stem laten horen.
Over de opleiding psychologie en de praktijk
Mijn persoonlijke bewustwording was al enige jaren begonnen toen ik aan de opleiding Psychologie begon. Ik wist dat ik de knop zou moeten omzetten om de stof te kunnen leren voor het verlangde diploma. Dat bleek niet eenvoudig voor me te zijn. Het doorbreken van het vierde gebod - dat ik mijn ouders niet hoefde te eren en te idealiseren - stelde mij in staat opmerkzaam te blijven. Ik stelde mezelf allerlei vragen over de beweringen die gedaan werden en onderzocht ze. Naast mijn ervaringen had ik kennis gekregen over wat moderne hersenonderzoekers weten over de gevolgen van het gebrek aan empathie tot aan het vierde levensjaar. In graden van ernst laat het tekort aan empathie brandende sporen na in het brein en leidt vroeg of later in het leven tot tal van psychische en lichamelijke aandoeningen.
Ik had inzicht in de gevolgen die vroege verstoringen in de ouderlijke zorg hebben op het in ontwikkeling zijnde stressresponsssysteem (HPA-as). Dit systeem is zeer gevoelig en uiterst reactief in de eerste jaren van ons leven. Een kindje krijgt heel gemakkelijk stress als het niet gehoord en gezien wordt door zijn ouders, als zijn behoeften niet vervuld worden en regulering van zijn emoties uitblijft. Dan blijft de HPA-as op 'aan' staan. Dat gaat gepaard met een hoge productie van o.a. het stresshormoon cortisol, dat vroeg of laat het immuunsysteem ondermijnt en zelfs in staat is ons genetisch materiaal aan te tasten. Regulatie van onze onderdrukte en verdrongen kindergevoelens in ons volwassen leven kan de stressknop alsnog 'uit' zetten.
Maar deze waardevolle kennis over het sterke verband tussen het tekort aan empathie, hechting en authenticiteit in de ontstaanswijze van de klacht vond ik in het curriculum van de opleiding niet terug. Ook niet hoe onze vroegste relaties de ontwikkeling van het zenuwstelsel bepalen en ons emotionele welbevinden beïnvloeden, of hoe bepalend de manier is waarop we vroeger op stress reageerden voor hoe we later met onze emoties omgaan. Dat vroege stress de voedingsbodem vormt voor aandoeningen als anorexia, criminaliteit of verslavingen bleef buiten beschouwing. Het belang van onze vroegste ervaringen was een gemeden onderdeel in het onderzoek en in de behandelpraktijk. Ik kon daaruit niet leren hoe ik de motieven kon veranderen die aan de basis liggen van de afdekkende houding die overal om mij heen aanwezig is: het sparen van de ouders en het ontkennen van het lijden van een kind. Ik heb talrijke theorieën geleerd die allemaal, zonder uitzondering, het sparen van de ouders als gemeenschappelijke basis hadden.
Wanneer ik las en hoorde dat het onbekend is hoe depressie, schizofrenie, ADHD of autisme ontstaat, of dat we de oorzaak van alzheimer, kanker, hartfalen, diabetes of spierziekten niet weten, dan voelde ik mij gefrustreerd. Ik had behoefte aan eerlijke informatie die mijn kennis en ervaring verdiepte en verrijkte. Ik had behoefte aan aanmoediging om vragen te stellen over deze uitspraken, maar waarheidsvinding hoorde niet tot de leermethode. Het is niet waar dat de ontstaansgeschiedenis niet bekend is; we weten al lang dat de meest bepalende factor in het ontstaan van het merendeel van de aandoeningen gelegen is in de onverwerkte stress van vroeg lijden.
De verklaring dat er zoiets als ‘destructieve genen’ of dat het slechts om een samenspel van factoren gaat, is verloochening van kennis en waarheid. De denkwijze dat symptomen met gedragstechnieken, medicijnen of operaties bestreden kunnen worden, zonder naar de onderliggende oorzaak te zoeken, kwam ridicuul op me over. Stelselmatig werd de vraag gemeden hoe het komt dat een stofje in de hersenen te weinig of teveel wordt aangemaakt, of waarom een orgaan kleiner is dan gangbaar, en welke processen daartoe leiden. In de opleiding leerde ik niet wat de effecten zijn van kindermisbruik; deze werden eenvoudigweg niet bediscussieerd.
Elke poging om achter de waarheid te komen werd gecamoufleerd, bijvoorbeeld door het veelvuldig gebruik van statistische methoden waarmee belangrijke, individuele unieke informatie van een persoon over zijn geschiedenis verdwijnt. Of door het DSM-handboek, waarin symptomen van lijden worden ingeschaald los van hun ontstaanswijze, in plaats van deze te zien als reactie op trauma en als coping mechanismen. Met de emotioneel afstandelijke benadering van cliënten en het vermijden van het reguleren van oude pijn, kon de ware toedracht van het kinderlijk trauma in de praktijkinstelling afgedekt blijven. Want als de onderzoeker, psychiater of arts zijn of haar eigen ouders nog nooit ter discussie heeft gesteld, zal hij of zij geneigd zijn de gangbare verklaringen over te nemen en blind blijven voor de situatie van het kind. Voor mij bleef daarmee de behoefte onvervuld om te leren hoe ik het lijden van een ander werkelijk kon begrijpen en meevoelen.
Met deze omvangrijke verloochening en het bedrog over de ontstaanswijze in onderzoek en behandeling kan de pijnlijke realiteit van het kind gemaskeerd blijven en het taboe op het vierde gebod – het sparen van de – gehandhaafd worden. Naar mijn mening ligt aan de basis van deze ontkenning de angst van de betrokkenen om de eigen ouders te 'beschuldigen' voor vernederingen uit de jeugd en de angst voor de confrontatie met de eigen verdrongen pijn. Het idealiseren en ontzien van de eigen ouders resulteert in een mate van ongevoeligheid voor de gevoelswereld van het kind, en dus ook voor het voormalige kind in de volwassene. Emotionele toegang tot de eigen geschiedenis is een voorwaarde om de dynamiek van te verstaan; pas dan vallen de oogkleppen af. Weinigen zijn daar tot nu toe echter in geslaagd. Ik heb nauwelijks iets van de opleiding geleerd en vind het jammer dat ik daar zoveel jaren tijd en energie aan heb besteed en zou het nooit opnieuw doen.
Waar ik echt van leerde
Waar ik het meest van leerde waren mijn cliënten. Zij bevestigden het werk van Alice Miller en mijn eigen ervaringen. Van hen leerde ik waar de boeken over zwegen. Terwijl de academie vasthield aan klinische afstand, zag ik in de kamer met mijn cliënten de rauwe werkelijkheid van de zwarte pedagogie. Zij bevestigden wat ik in mijn eigen proces ontdekte: dat achter elk DSM label een verhaal zit van pijn, verraad en overleving.
Bevrijding dankzij Alice Miller
Lang heb ik niet geweten dat er een deur bestond naar een ander leven. Het keerpunt kwam door het werk van Alice Miller. Aan haar heb ik mijn leven te danken. Door haar durfde ik de stap te zetten de angst van het kleine meisje in mij voor de pijnlijke waarheid te begrijpen en haar te helpen deze te overwinnen. Miller schreef dat we niet dood gaan aan de pijn, maar dat het kind daar wel aan zou sterven. Ik had niets te verliezen en liet de waarheid toe. De verdrongen waarheid over wat ik aan het begin van mijn leven heb meegemaakt kwam geleidelijk via mijn dromen en lichamelijke herinneringen aan het licht.
Wat mij heeft gered, is dat ik niet al mijn woede over de behandeling van mijn ouders naar het onbewuste heb verbannen. Een deel bleef in mijn bewustzijn aanwezig. Deze levend gebleven woede is, naast de gidsfunctie van Miller, de kracht geweest om mijn eigen waarheid op te eisen.
Wat bevrijding me heeft gebracht
Naast een enorm gevoel van verlichting en ruimte in mijzelf ontstond er een ander bewustzijn van wat er zich in mezelf en de ander afspeelt. Een nieuw perspectief van waaruit ik denk, voel en handel. Een rijkdom aan diepe emotionele inzichten en zelfkennis. Een diep begrip van de psychologische mechanismen die universeel door kinderen gebruikt worden om een situatie van misbruik te overleven. Gevoelens van rust, vrede en dankbaarheid. De stress waar ik mijn hele leven onder geleden heb, heeft mijn lichaam verlaten. Als grootste geschenk beschouw ik echter het vermogen om te voelen als een kind en handelen als een volwassene.
De zwaarte van de waarheid
Dankzij Alice Miller kan ik de volle waarheid over de impact van mijn onderdrukte geschiedenis op mijn kinderen verdragen én dragen, ook al is het gewicht van de reële schuld voor hun lijden zwaar. De meest pijnlijke erkenning is dat mijn eigen kinderen ernstig hebben geleden onder mijn afgesloten ziel. Deze waarheid is voor mij een uiterst pijnlijke realisatie geweest. Ik denk dat mijn leven te kort is om de diepe rouw hierover te voltooien. Ik heb hen onthouden waar zij vanaf de conceptie recht op hadden: vervulling van hun behoeften, respect en bescherming. Ik was het behoeftig gebleven kind dat probeerde via hen de onvervulde kinderbehoeften alsnog te bevredigen, mijn agressies uit te leven en wraak te nemen voor de geleden pijn als kind.
Maar als we onszelf de volle waarheid geven over ons eigen lijden als kind, kunnen we ook de waarheid over de gevolgen voor onze eigen kinderen verdragen én dragen. Bovendien dragen we deze schuld niet alleen; de hele maatschappij is hieraan debet. Omdat op grote schaal het lijden van kinderen wordt geloochend en ouders beschermd blijven.
Ik heb de bewuste keuze gemaakt mijn ouders niet meer te idealiseren, te sparen, te beschermen, te vergoelijken, te ontzien of medelijden met ze te hebben. En vergeven doe ik ze niet. Ik heb het kind dat ik was haar stem teruggegeven, en die stem laat ik hier horen. Ik ben de getuige van mijn eigen kindertijd. Alleen in die waarheid ligt de waarachtige autonomie en innerlijke bevrijding. We hebben allemaal de keuze.
Zoek je hulp?
Ben je op zoek naar een goede therapeut die je kan helpen je onderdrukte gevoelens te bevrijden? Ik weet uit eigen ervaring hoe moeilijk dat is. Gebruik alsjeblieft de richtlijnen van Alice Miller: How to find the right therapist. Hier vind je de lijst: https://www.alice-miller.com/en/faq-how-to-find-the-right-therapist/