Het verlies van een geliefde hond of kat is een ingrijpende ervaring. We missen niet alleen zijn of haar aanwezigheid, maar ook de onvoorwaardelijke liefde en tederheid die hij of zij ons gaf. En we kunnen een diep gevoel van verlies ervaren als hij of zij niet meer bij ons is. Het verdriet kan zo intens en aanhoudend zijn, dat het oude pijn uit onze vroege kindertijd naar boven brengt. Dit is volkomen normaal. Want een groot verlies activeert hersenstructuren zoals de hippocampus en de amygdala, waar traumatische herinneringen liggen opgeslagen. Onbewust dragen we oude pijn met ons mee, die door het overlijden van een dier weer kan opleven.
Dat gebeurde mij ook toen mijn geliefde hond Mako begin dit jaar overleed. Drie jaar lang vulde hij het huis met zijn levendigheid en lievigheid en ik had met deze altijd vriendelijke, gevoelige, lieverd van een hond een diepe emotionele band gekregen. Maar toen de band met mijn harige vriend met zijn overlijden wegviel en het vreselijk stil werd in huis, voelde ik maandenlang intens verdriet. Ik begreep dat de intensiteit van mijn gevoelens me iets wilde vertellen over wat ik aan het begin van mijn leven ervaren heb, en waar dit verlies me aan herinnerde.
Het verlies van Mako bracht me terug naar de realiteit van mijn vroegste kindertijd. Ik werd herinnerd aan de vreselijke ervaring van het alleen-zijn; het gevoel totaal verlaten te zijn. Dat kwam doordat mijn moeder me al in de baarmoeder afwees, en mijn geboorte daar geen verandering in bracht. Mijn vroege werkelijkheid was een opeenstapeling van afwijzing, agressie en onthouding van het vervullen van mijn behoeften, liefde. Zowel mijn moeder als mijn vader onttrokken zich vanaf het begin van mijn leven aan de relatie met mij. De diepe vertrouwensband, cruciaal voor de kwaliteit van het leven van een kind, heeft nooit kunnen groeien. Zonder die cruciale moederbinding kon ik mij niet in mijn authenticiteit ontwikkelen. Het aangeboren vermogen tot voelen en empathie – wat zo ongelooflijk belangrijk is voor het hele verdere leven – kan niet tot bloei komen in een omgeving waar gevoelens en behoeften worden ontkend.
Als een kind tenminste één vertrouwensband heeft – waarbij de band met de moeder aan het begin van het leven het belangrijkst is – voelt het zich verbonden, geaccepteerd, gerespecteerd en waarlijk geliefd. Daarmee wil ik niet zeggen dat de band met vader niet belangrijk is, maar deze is van een andere kwaliteit. Zo’n binding groeit alleen als moeder de signalen van haar kind begrijpt, adequaat reageert en het kind bescherming geeft. Een kind hecht zich namelijk niet louter door geboorte, maar door ervaringen van onvoorwaardelijke liefde. Dergelijke met liefde verbonden ervaringen van nabijheid, tederheid, emotionele beschikbaarheid en empathie heb ik niet gekend. Er was in mijn omgeving geen zorgzame getuige die mij deze ‘liefdesvoeding’ en bescherming kon geven, waardoor ik niet in liefde kon leren geloven. De mensen om mij heen waren verstarde, aangepaste mensen die hun eigen kindertijd hadden onderdrukt. Ze waren koud en onverschillig waardoor ik me niet kon verbinden.
De wreedheid van mijn moeder – me een warme, emotioneel voedende band onthouden, gecombineerd met de agressie die ze op me richtte als ik mijn nood uitbrulde en om hulp riep – bracht mij in een acute noodsituatie, in grote distress. Alice Miller schreef in Banished Knowledge dat het enige dat een kind kan doen wanneer het huilen wordt genegeerd, is 'to repress his distress'. Dit onderdrukken 'is tantamount to mutilating his soul for the result is an interference with his ability to feel, to be aware, and to remember.' Haar woorden vertellen precies wat mij in mijn eerste levensjaren is overkomen: ik moest al mijn gevoelens, behoeften en verlangens, alsook de hele situatie waarin ik leefde, onderdrukken en verdringen om de hel en de martelkamers te overleven. Ik moest onderdrukken wie ik ben, met als gevolg dat ik me rond mijn tweede levensjaar niet meer levend voelde.
Mijn moeder kon mijn levendigheid niet verdragen en drukte mijn behoefte aan autonomie en onafhankelijkheid de kop in voordat deze zich kon ontwikkelen, waarbij ze veel angst wekte en pijn aanbracht. Mijn behoeften moesten vernietigd worden met de middelen die ze tot haar beschikking had. Dat waren middelen uit de zwarte pedagogie die ze van haar eigen moeder had geleerd en nooit in twijfel heeft getrokken. Alice Miller beschreef in haar briljante boek In den beginne was er opvoeding het harde geweld en het zachte geweld van deze pedagogie met als doel de wil van het kind ondergeschikt te maken aan die van de volwassene; het te onderwerpen aan de wil van de ouders. De ouders moesten daar zo vroeg mogelijk mee beginnen, in de eerste levensjaren, want dat had het voordeel dat men dan geweld en dwang kan toepassen en het kind zich daar later toch niets meer van herinnert. Dat was ook de gedachte van mijn moeder dat een kind zich niets meer herinnert van wat er vroeg in het leven is gebeurd. Ik was nog niet eens geboren of ze begon me al lesjes te leren dat ik haar niet mocht hinderen.
Mijn levendigheid en vitale behoeften kon ze niet verdragen. Het herinnerde haar aan haar eigen kindertijd – een periode waarvoor ze zich had afgesloten. Haar eigen leed als kind heeft ze nooit willen zien en voelen en is het altijd blijven ontkennen. De woede en haat die voor haar eigen moeder bedoeld waren, reageerde ze af op mij. Zoals elk kind dat door zijn ouders gekwetst wordt, nam ik de schuld op me; ik nam mezelf kwalijk dat ik behoeften had en dacht dat ik een slecht kind was. Dat doet minder pijn dan moeten voelen dat je ouders je zoveel pijn en verdriet doen. Die waarheid overleeft het kind niet. Door onderdrukking van al mijn gevoelens, behoeften en verlangens raakte mijn levensenergie ernstig verstoord en is nooit meer helemaal hersteld. Dat alles verduurde het kleine meisje dat ik was alleen, in stilte. Niemand zag het, niemand deed iets. Liever bleef iedereen blind.
Dat kind dat ik was, voelde zich zo vreselijk alleen: in isolement levend en innerlijk leeg door onderdrukking van hevige pijn en andere gevoelens. Het was de afschuwelijke ervaring van psychisch sterven die mijn kinderziel het aanzien gaf van een kaal en leeg landschap. Gevoelens van diepe eenzaamheid beleefde het ongelukkige kleine meisje als stilte om haar heen. Ik bedoel hier niet de stilte die een volwassene kan opzoeken op een bankje aan het water of in het bos, maar een afgrijselijke stilte waarin geen liefde meer tot het kind komt en het niets meer te verwachten heeft. De onthouding van liefde is de moord op mijn ziel geweest. Ik ben het met Alice Miller eens dat de basis van elke depressie deze innerlijke leegte is: ontstaat door gebrek aan verbinding en authenticiteit heel vroeg in het leven, gepaard met de complete verloochening van de pijn.
Nu ik volwassen ben, ligt de tijd van isolement, eenzaamheid en depressie ver achter me. Dit is veranderd sinds ik mijn vroege kindertijd bewust en emotioneel ben gaan doorleven in de reis mijn ware zelf te vinden en mijn eigen waarheid. De pijnlijke realiteit over hoe mijn ouders echt voor mij waren, had ik als kind niet overleefd; onderdrukking en verdringing waren destijds cruciaal om hun brutale behandeling te doorstaan. Het kind in mij hoeft niet langer in stilte te leven. Ze hoeft niet meer te zwijgen en kan zich vrij uiten, omdat ik haar stem heb teruggegeven. Ik kan leven met de waarheid dat ik als kind niet geliefd werd, maar emotioneel verwaarloosd en mishandeld. Anders dan vroeger ben ik ben ik niet meer afhankelijk van hun liefde. Als volwassene kan ik mezelf nu de erkenning, affectie en liefde geven die ik nooit heb gekregen.
Wat essentieel is geweest om me te bevrijden van de kwellingen in mijn kinderjaren en om mijn integriteit te herwinnen, is het doorvoelen van mijn woede en toorn. Deze krachtige, vitale emoties zijn een normale, gezonde reactie op de pijn en ellende die mijn ouders veroorzaakten. Het voelen ervan heeft de deuren van mijn ziel geopend en me toegang gegeven tot mijn ware essentie. Het was extreem helend en bevrijdend om mijn diepe haatgevoelens, vooral jegens mijn moeder, maar ook jegens mijn vader, volledig toe te laten en diep te voelen. Wonderlijk genoeg is die woede nooit volledig verdrongen; een deel bleef altijd in mijn bewustzijn en heeft me gebracht waar ik nu ben.
De meeste mensen vrezen de intensiteit van hun emoties die getriggerd kan worden in contact met anderen, of door ingrijpende gebeurtenissen zoals verlies. Een jonge dierenarts vertelde me eens dat ze negen jaar na het overlijden van haar dierbare kat nog steeds ‘last’ had van het verlies. Toen ik opperde dat dit te maken kon hebben met de kwaliteit van de vroege moederbinding, ontkende ze dit niet, maar praten erover was onmogelijk. Ik had de indruk dat ze zich had afgesloten voor haar gevoelens en verleden. En zij is niet de enige: velen sluiten zich af voor ervaringen uit de kindertijd, eenvoudigweg uit angst voor de overweldigende emoties die daarbij horen.
Ik begrijp goed dat het confronteren met de vroege pijn en afwijzing uiterst pijnlijk is. Maar als we de vroege trauma’s niet heel bewust gezien en gevoeld hebben geven we de verwondingen onbewust door aan onze kinderen. De intensiteit van onze gevoelens heeft altijd een historische oorsprong; het vertelt wat we aan het begin van ons leven ervaren hebben. Pas als we deze onderdrukte emoties bewust beleven, bevrijden we onszelf van die ‘last’ — net zoals de jonge dierenarts die haar onverwerkte verleden anders onvermijdelijk aan haar kinderen zal doorgeven.
De gevoelens die door Mako’s overlijden opleefden, waren voor mij niet langer vreemd of bedreigend. Ik heb ze eerder doorleefd, doorstaan en in mijn leven geïntegreerd; ze zijn me inmiddels bekend en vertrouwd. Als we intense emoties eenmaal durven toelaten, verliezen ze hun dreiging. We ontdekken dan dat we aan die gevoelens niet dood gaan. Alleen voor het kind dat we eens waren, was die pijn – destijds veroorzaakt door de ouders – ondraaglijk. Als volwassene kunnen we echter onze eigen waarheid verdragen en dragen. En juist door met die waarheid te leven, worden we wie we authentiek zijn.
Natuurlijk kunnen oude herinneringen (gevoelens) af en toe nog eens opleven maar dan hoeven we ze niet meer te vrezen want we weten waar ze vandaan komen. Alice Miller schreef in Het drama van het begaafde kind dat we ‘pas in contact met ons ware zelf komen wanneer de gevoelswereld van onze kindertijd niet meer gevreesd hoeft te worden.’ Juist het inzicht in wie en wat ons verstoord heeft, maakt ons vrij – en uiteindelijk vrij van oude pijn, zo schreef ze. Het is een geschenk van het leven zelf dat we het vermogen hebben gekregen te zijn wie we echt van binnen zijn. Zonder zelfbedrog. Maar om ons ware zelf te leven moeten we ook leven met onze eigen waarheid en zo nauwkeurig mogelijk zien hoe onze ouders echt voor ons waren. De woorden van Alice Miller komen in me op: “To live with one’s own truth is to be at home with oneself.”
Voor de spelling- en grammaticacontrole van de tekst heb ik gebruik gemaakt van AI.
Tags:
