Brief aan de medewerkers van het Centrum voor Jeugd en Gezin Maasland

Gepubliceerd door Oliane op 11 juli 2015

Geredigeerd op 11 juni 2026

 

Hoe de traditionele machtsuitoefening over kinderen wordt geadviseerd, die schadelijk is voor hun gevoelsleven en strijdig is met de Universele Verklaring van de Rechten van het Kind

 

Beste medewerkers,

Onlangs bezocht ik uw website, waarop u voorlichting geeft aan ouders en verzorgers over de omgang met kinderen. Ik bezocht uw website niet zonder reden; mijn bezoek komt voort uit een diepe bekommernis met het lijden van kinderen en de enorme invloed die de kindertijd heeft op onze gehele maatschappij.

Ik was geschokt toen ik las hoe traditioneel de controle over en onderdrukking van het kind nog altijd wordt gepraktiseerd. Deze benadering verschilt helaas weinig van de behoefte aan macht en dominantie van de volwassene over het kind uit de tijd van theoloog Maarten Luther, 500 jaar geleden. In zijn tijd waren ouders van mening dat je een kind ongelukkig moest maken, zodat God van hem zou houden. Een dergelijke houding staat bekend als 'Zwarte Pedagogiek'. Hierbij moet de eigen wil van het kind worden gebroken om er een volgzaam en gehoorzaam wezen van te maken. Deze destructieve denkwijze bestaat nog steeds en is helaas gemakkelijk in uw adviezen te herkennen.

U schrijft bijvoorbeeld dat een kind met een driftbui 'genegeerd mag worden' en dat men moet doen 'alsof je het niet ziet en hoort tot de bui over is'. Ook stelt u dat een kind 'apart gezet mag worden op een andere, saaie plek' en dat men 'niet toe moet geven aan een kind, omdat het anders beloond wordt voor zijn of haar gedrag en het vaker zal gaan doen'. Het kind mag zijn 'zin' niet krijgen. Daarnaast adviseert u dat ouders en verzorgers bevelen mogen geven zoals: 'Stop nu met schreeuwen', dat je een kind rigide regels moet opleggen en moet vertellen wat het moet doen. Tot slot stelt u: 'Ga niet met je kind in discussie'. Dit alles gebeurt onder het valse mom van 'het eigen bestwil van het kind'. 

Heeft u zich weleens afgevraagd wat een kind voelt, en wat zo’n behandeling betekent voor de rest van zijn of haar leven? Uit mijn eigen ervaring en uit de ervaringen van degenen die mijn praktijk bezochten, kan ik u vertellen dat een dergelijke wrede behandeling een tragisch verloop heeft voor het verdere leven. Voor de psychische groei van een mens zijn de emotionele ervaringen uit het allereerste begin van ons leven immers het meest bepalend. Het psychisch geweld dat u predikt op uw website, leidt ertoe dat kinderen afgesneden en vervreemd raken van hun eigen authentieke gevoelens en behoeften. Het kind geeft zijn vermogen tot kritiek op, enkel om voor zijn aanpassing beloond te worden. Het is, zacht uitgedrukt, misdadig om een kind dat afhankelijk is van zijn ouders en hen vertrouwt, met uw methoden uit te buiten, te verwarren en te bedriegen in zijn verlangen om lief te hebben en geliefd te worden – en dat vervolgens te verkopen als 'opvoeding'.

Een dergelijke houding, die gebaseerd is op het opwekken van angst, geeft ouders een vrijbrief om de mishandeling van kinderen te beschouwen als een legitieme manier van grootbrengen. Het is een methode die doortrokken is van vernedering, minachting, wantrouwen, manipulatie, leugens, valstrikken, isolement, macht, controle en onderdrukking van het vitale, creatieve en emotionele in het kind. Met al deze middelen – en er zijn er nog veel meer – probeert men het levende in het kind te onderdrukken. Een essentieel kenmerk van de zwarte pedagogiek is, zo schrijft Miller in In den beginne was er opvoeding, dat er vanaf het begin verkeerde informatie en opvattingen aan ouders (en dus aan het kind) worden meegegeven die niet alleen onbewezen zijn, maar zelfs aantoonbaar onjuist. Bijvoorbeeld dat het ingaan op de behoeften van het kind verkeerd zou zijn, of dat het kind gehoorzaam moet zijn omdat het anders niet zou weten hoe het zich moet gedragen. Dat gedrag belangrijker is dan zijn. Dat ouders altijd gelijk hebben. Dat gevoelens er niet toe doen en de stem van het kind niet telt. En zo nog meer. 

Met links op uw website, die verwijzen naar informatie over 'emotionele ontwikkeling', 'temperament' of de 'kleuterpuberteit', probeert u uw misleidende woorden kracht bij te zetten, om zo het levende in het kid te bestrijden. Deze koppeling van mishandeling aan informatie over de ontwikkelingsfasen van kinderen is echter een camouflage; een listige manipulatie om het kind te vervolgen zoals wij dat vroeger van onze eigen ouders hebben geleerd. Met exact dezelfde middelen. Juist het gebrek aan empathie van uw jeugdwerkers verraadt wat henzelf als klein, hulpeloos kind is overkomen. Mensen die wel in een empathische omgeving hebben kunnen opgroeien – en dat komt helaas zelden voor – weten en voelen immers hoe zwaar kinderen onder dergelijke adviezen lijden.

Zij zouden ouders leren dat een kind met een 'driftbui' uiting geeft aan een diepe wanhoop en hulpeloosheid die het niet anders kan uiten. Dat het kind pijn heeft. Emotionele pijn. Het kind is niet slecht of verkeerd, maar wil verstaan worden in zijn nood. Een empathische hulpverlener zal proberen anderen te laten begrijpen wat het kind voelt, wat het kind tot deze wanhoop heeft gebracht, en zal dit met empathie aan het kind spiegelen. Dat helpt het kind om zichzelf te begrijpen. Hoe belangrijk is het voor een gezond zelfbewustzijn dat een kind al vroeg leert zijn eigen gevoelens serieus te nemen en te begrijpen, omdat zijn ouders hem helpen hiermee vertrouwd te raken?

Nooit mag een kind gestraft worden voor zijn wanhoop. Zulke domme en wrede adviezen op de website van het Centrum voor Jeugd en Gezin tonen totaal geen begrip voor wat er leeft in het kind, of wat het voelt en denkt. Zijn gevoelens worden simpelweg niet serieus genomen. In plaats daarvan adviseert u om het kind dubbel te straffen: eerst voor zijn wanhoop, en daarna met afwijzing en het onthouden van affectie. Het kind mag zijn woede niet tonen en niet voor zichzelf opkomen. Wanneer het kind zich verbaal wil verweren en zijn ouders vragen wil stellen over hun aanpak, mag het de confrontatie met hen niet aangaan. Met dergelijke adviezen belemmert u het kind in zijn natuurlijke, leeftijdsadequate gedrag. Het kind krijgt redenen van zijn ouders te horen die het niet begrijpt, niet kán begrijpen en ook niet móét begrijpen! Als een kind niet mag voelen, kan het niet van zijn ervaringen leren. Juist de ervaring van het voelen helpt ons om de juiste verbindingen te leggen en te registreren wat er om ons heen gebeurt. Maar wanneer voelen verboden is, dwingt men het kind om de verkeerde wijsheden van de volwassenen over te nemen.

In de Universele Verklaring van de Rechten van het Kind worden deze praktijken – die u als advies aan ouders meegeeft – gezien als een ontoelaatbare behandeling van kinderen. Het brein van een kind is inherent emotioneel van aard. Het geven van commando's, het stellen van eisen, en denigrerend gedrag zoals het wantrouwen van het kind behoren hiertoe. Hetzelfde geldt voor het ondergeschikt maken van zijn gevoelens en behoeften aan die van de volwassene, het ontnemen van zijn autonomie, het controleren van zijn gedrag en het onthouden van affectie. Dit zijn uiterst stressvolle ervaringen die diepe, brandende sporen nalaten in het kinderbrein. Ze kunnen op latere leeftijd leiden tot ernstige lichamelijke en psychische symptomen, omdat het kind zijn authentieke gevoelens van pijn, woede, angst en verdriet wel moét onderdrukken.

Professor dr. Candace B. Pert heeft met talrijke experimenten de schadelijke werking aangetoond van wat er op celniveau in ons lichaam gebeurt wanneer woede en andere emoties worden onderdrukt, ontkend of er simpelweg niet mogen zijn. Zij deed hiervan uitgebreid verslag in haar boek Molecules of Emotion. Wanneer emoties worden onderdrukt en het een kind niet is toegestaan om ze te ervaren – door negeren, de plicht om blind te luisteren, het opdringen van oplossingen, en het frustreren of inperken van zijn onafhankelijkheid – mag het kind in feite niet leven naar zijn eigen gevoelens. Dit is voor een kind altijd traumatisch en stressvol. Het zorgt ervoor dat onze receptoren geblokkeerd raken, waardoor cellen niet meer goed met elkaar kunnen communiceren. De stroom van vitale 'feelgood'-signaalstoffen die biologie en gedrag met elkaar verbinden, raakt hierdoor ernstig verstoord. "Zonder enige twijfel", stelt Pert, "draagt het onderdrukken van woede en andere emoties bij aan de ontwikkeling van talrijke ernstige aandoeningen, zoals kanker, diabetes en hartfalen."

Het onderdrukken van de gevoelens van kinderen gebeurt onder invloed van angst. Omdat dit nu eenmaal de aard is van angst, zo schrijft Joseph LeDoux in The Emotional Brain, kan die stressknop niet gemakkelijk weer worden uitgezet. Hierdoor blijven stresshormonen, zoals cortisol, hun schadelijke werk doen. Gevoelens van welbevinden daarentegen, die juist vanuit een empathische omgeving worden gevormd, beschermen ons tegen ziekten en virussen. Uit neurobiologisch onderzoek (van onder anderen Bruce D. Perry, Martin Teicher, Allan N. Schore en Antonio R. Damasio) is onomstotelijk aangetoond dat het kinderbrein behoefte heeft aan empathie en niet aan wreedheid. Vooral in de jaren tot aan het vierde levensjaar, wanneer de structuren van het brein zich vormen, heeft een kind tedere liefde en empathie nodig. Het is die onmisbare ervaring van empathie aan het begin van ons leven die noodzakelijk is voor de latere ontwikkeling van ons eigen empathisch vermogen.

Maar deze fundamentele kennis – het cruciale belang van een voedende, emotionele communicatie voor het kinderbrein – zie ik in het geheel niet terug in de informatie op uw website. Hoewel het zo duidelijk en goed gedocumenteerd is dat het dwingen van kinderen om hun gevoelens te onderdrukken (vooral in de eerste vier levensjaren) hen voor het leven beschadigt, lijkt men hier blind voor te blijven. "Old habits die hard", schrijft Alice Miller in haar artikel The Trauma of Childhood. Want ondanks al deze wetenschappelijke onthullingen heeft dit helaas nog niet geleid tot een radicale verandering in ons denken over kinderen en de manier waarop we hen behandelen.

Droevig genoeg zie ik de dynamiek van kindermisbruik rechtstreeks terug in uw adviezen en werkwijze. Dit soort geweld tegen kinderen dat u aan ouders aanbeveelt – geweld dat er in de kern op gericht is het levende in het kind te vernietigen – maakt van kinderen altijd slachtoffers. Zij kunnen immers geen kant op. Het is een projectie van haat en destructie die u heeft geleerd van uw eigen ouders. Deze projectie is zeer effectief, omdat ze onder invloed van angst is gevormd aan het begin van uw eigen leven. Het heeft gezorgd voor denkblokkades in uw brein; blokkades waarvoor u uw ouders nooit vragen heeft gesteld en waarvoor u uw eigen woede nooit bewust heeft durven voelen. Van generatie op generatie is in uw families doorgegeven dat kinderen discipline nodig hebben en dat dit geen mishandeling is, maar gebeurt 'voor hun eigen bestwil'. Uit liefde.

Maar dat is niet juist. Want als het werkelijk voor uw eigen bestwil was geweest, en voortkwam uit oprechte liefde van uw ouders, dan had u in uw werk de stem van het kind beslist gehoord en serieus genomen. Dan had u zich niet verscholen achter rigide regels, theorieën en destructieve communicatie. In dat geval had u onvoorwaardelijk aan de kant van het kind gestaan, simpelweg omdat het kind de zwakkere partij is en zichzelf nog niet kan verdedigen. U zou het kind dan helpen om voor zichzelf op te komen. U zou het ondersteunen om te mogen leven naar zijn eigen gevoelens en behoeften, omdat een kind een afzonderlijke, onafhankelijke persoonlijkheid is. Zo leert het kind te vertrouwen op zijn eigen gevoelens, in plaats van te moeten voldoen aan de behoeften van zijn ouders of anderen. U zou immers beseffen dat een onecht zelf diepe stoornissen in de ziel veroorzaakt. Wanneer een kind dan de moed toont om grenzen te stellen aan het gedrag van zijn ouders – als zij te veel van hem eisen, hem vernederen of misbruiken – dan zou u dit nooit bestempelen als het bewijs van een 'moeilijk' kind dat regels, structuur en grenzen nodig heeft.

Dit raakt meteen ook de kern van het probleem van pesten en treiteren op school. Er zijn tal van interventieprogramma’s die kinderen leren dat het goed en belangrijk is om "nee" te zeggen. Maar zolang er thuis voor die "nee" geen enkel respect is, helpt dat niets; het is een pure verspilling van geld, tijd en inspanning. Hoe kan een kind zich op school tegen pesters verdedigen als hem thuis de mond wordt gesnoerd? Als hem is geleerd dat hij niet mag tegenspreken en niet voor zichzelf mag opkomen wanneer zijn ouders hem pijn doen?

De adviezen van het Centrum voor Jeugd en Gezin leren het kind in feite hoe het moet pesten en treiteren, en dragen dit over van generatie op generatie. Een kind in zijn wanhoop en pijn negeren en afzonderen ÍS treiteren. Deze vorm van psychisch geweld – naast alle andere vormen – wordt al heel vroeg thuis aangeleerd, in de eerste vier levensjaren. Zolang we blind blijven voor deze vanzelfsprekende verbanden, zolang we weigeren te zien dat dit disciplineren in feite mishandeling is en dat we het kind misbruiken voor onze eigen doeleinden zonder respect voor zijn wil, behoeften en interesses, blijven alle pedagogische behandelingen ineffectief. Het houdt blindheid in stand en draagt rechtstreeks bij aan een verward, irrationeel functioneren van de hele maatschappij.

Deze schadelijke – want niet op empathie gebaseerde – geadviseerde behandeling van kinderen stopt het lijden onder het respectloze gedrag van hun ouders niet. In mijn werk met ouders en kinderen, en door de meldingen die ik deed van kindermishandeling, heb ik herhaaldelijk gehoord en gezien dat deze schadelijke interventies het lijden van het kind niet verminderden, maar juist verlengden. Weliswaar sloegen of brulden de ouders niet meer zoals voorheen, maar zij kregen via uw adviezen simpelweg nieuwe machtsmiddelen aangereikt om hun kind te misbruiken voor hun eigen behoeftebevrediging. Het gaf hen de gelegenheid om de opgekropte, onderdrukte frustraties en agressie uit hun eigen kindertijd bot te vieren op hun kind.

Neem bijvoorbeeld deze gefingeerde, maar volledig op feiten gebaseerde situatie van een moeder met haar driejarige dochtertje. Deze moeder reageerde haar onderdrukte, onbewuste agressie uit haar eigen kinderjaren af op haar dochter met de middelen die zij tot haar beschikking had. Ze schreeuwde tegen het meisje, sleurde haar mee en sloeg haar om werkelijk alles wat ze maar kon bedenken dat het kind 'verkeerd' deed. Alsof het om een ongewenste hond ging, werd het kind toegeblaft dat het door moest lopen, moest opschieten, of dit of dat moest doen. Wanneer het kind het in haar wanhoop en hulpeloosheid uitschreeuwde, werd ze buiten in de tuin opgesloten – of het nu sneeuwde, regende of ijskoud was – tot 'de bui over was'. Zodra het kind kon lopen, leefde de moeder haar agressie op haar uit. Jarenlang, dag in dag uit, heeft dit kind onder de terreur van haar moeder geleden.

Verscheidene jaren later was de noodsituatie van het kind nog altijd niet verminderd, omdat haar situatie in essentie niet was veranderd. Weliswaar was er inmiddels een interventie geweest – de moeder moest bij het Centrum voor Jeugd en Gezin een cursus volgen om te leren hoe ze haar kind met andere middelen kon laten gehoorzamen – maar het kind voelde zich nog steeds niet verstaan, gehoord of gezien om wie zij was. Haar toegebrachte psychische verwondingen werden niet behandeld met respect, begrip, tedere liefde en empathie; in haar dagelijkse bestaan werd het meisje als uniek individu in het geheel niet waargenomen. Haar pogingen tot autonomie en onafhankelijkheid werden met de nieuw aangeleerde methoden direct afgekapt, ingeperkt en als slecht of verkeerd beschouwd. Haar behoefte om haar gevoelens uit te spreken over het onrecht dat haar werd aangedaan, werd kil afgedaan met: 'Ik ga met jou niet in discussie.'

Het meisje kon niets anders doen dan haar gevoelens diep onderdrukken. De pijn, woede en haat in haar stem waren echter over een flinke afstand hoorbaar. De moeder was er inmiddels van overtuigd dat ze op de goede weg was in de omgang met haar dochter, maar ze realiseerde zich niet dat ze het kind nog steeds emotioneel bedreigde met de onthouding van liefde als het niet volgzaam en gehoorzaam was. Het allerbelangrijkste was echter dat de moeder niet besefte dat ze de ziel van haar kind opofferde aan lege omgangsvormen – exact zoals dat dertig jaar geleden met haarzelf was gebeurd. Er was niemand die haar dát vertelde; niemand die haar de inzichten gaf die hadden kunnen leiden tot empathie voor het gekwetste kind dat zijzelf ooit was, en daarmee tot empathie voor haar eigen dochter.

Gevoelens van kinderen moeten altijd de leidraad zijn voor onze acties. Maar niets is eenvoudiger dan daarover te zwijgen, te spreken met de stem van onze eigen ouders, en door hún ogen naar de situatie van het kind te kijken. Waar het nu juist om gaat, is met wat voor ogen er in een gezin geobserveerd wordt, en met welke oren er geluisterd wordt. Kijken we met de ogen van onze eigen moeder naar het woedende kind? De moeder die onze eigen machteloze woede en hulpeloosheid als klein kind destijds invulde met de overtuiging dat we discipline nodig hadden, maar die zich nimmer afvroeg wat haar kind haar eigenlijk wilde zeggen met die driftbui? Vroeg zij zich destijds niet af aan welke behoefte van het kind zij geen gehoor gaf, waardoor het zich zo gefrustreerd en wanhopig voelde? Als wij met diezelfde blik blijven kijken, dan kúnnen we het kind niet helpen.

Terwijl het juist de taak zou moeten zijn van deze instellingen voor Jeugdhulp om de waarheid aan het licht te brengen – de waarheid die onze samenleving wezenlijk veiliger maakt. Ik heb er immers geen enkele behoefte aan om over tien of vijftien jaar het slachtoffer te worden van de opgekropte woede van dit gekwelde kind, of dat een ander daar de dupe van wordt. Evenmin vervult het mijn verlangen naar eerlijk en oprecht menselijk gedrag wanneer deze kinderen, als zij eenmaal volwassen zijn, zélf bij de Jeugdhulp komen te werken en met de vroeg aangeleerde, giftige pedagogische maatregelen de vicieuze cirkel van geweld in stand houden. Want als zij in therapie niet hebben geleerd om de verbinding te maken met de emoties uit hun vroege kindertijd, en als zij hun eigen lijden blijven ontkennen, zal de vernederde mens onherroepelijk naar nieuwe objecten zoeken voor de overdracht van deze verborgen, intens destructieve emoties. We weten namelijk allang dat de wreedheid die we overal om ons heen zien – van inbraak, verkrachting en moord tot zwarte pedagogische wetmatigheden – wordt geproduceerd tijdens de beslissende periode van de hersenontwikkeling. Het is simpelweg onmogelijk om dat niét te weten, tenzij men er bewust voor kiest om blind te blijven.

Met deze verkeerde maatregelen en adviezen staan uw medewerkers toe dat dit kind, net als zoveel andere kinderen in ons land, verder wordt blootgesteld aan misbruik en mishandeling. Hierdoor blijft het interne stressalarmsysteem van het kind constant op scherp staan. Het kind verkeert in groot gevaar, maar er komt van niemand hulp. De stem van het kind is nochtans heel duidelijk voor wie haar écht wil horen.

Ik heb gezien en gehoord dat de wreedheid waarmee deze moeder haar kind bejegent, juist is geïntensiveerd omdat zij meer machtsmiddelen heeft gekregen om de persoonlijkheid van haar kind te vernietigen. Elke poging tot autonomie en onafhankelijkheid smoort de moeder in de kiem met de methoden die zij tijdens de cursus van het Centrum voor Jeugd en Gezin heeft geleerd. De macht en controle die deze moeder over haar kind uitoefent, is genadeloos. Dit moet uiterst pijnlijk zijn voor het meisje; het bezorgt haar gevoelens van diepe machteloosheid, eenzaamheid en intens destructieve emoties van angst, pijn, verdriet, woede en haat. Deze moeder brengt de gezondheid en zelfs het leven van haar kind in gevaar. Wat zij werkelijk nodig heeft, zijn vaardigheden om haar dochter te spiegelen, en haar oprecht begrip en empathie te schenken.

De gesprekken met ouders en de interventies in de vorm van cursussen moeten gericht zijn op een proces van bewustwording. Bewustwording van de dieperliggende oorzaken van de problemen en van hun eigen ontkende leed als kind. Pas dán kan de empathie ontwaken die hun kind zo hard nodig heeft. Met die empathie kunnen zij vervolgens de verwondingen helpen helen die zij bij het kind hebben aangebracht gedragen door de angstterreur die dikwijls jarenlang heeft plaatsgevonden. Dit zijn traumatische ervaringen die voor de buitenwereld geen enkel bestaan lijken te hebben, wat een totale ontkenning van het lijden van het kind betekent. Kinderen die zich nooit vrij hebben kunnen uiten, ontwikkelen een dusdanig diepe angst dat de fysieke klap die zij eerst kregen om te gehoorzamen, naderhand gemakkelijk kan worden vervangen door slechts één enkele, dwingende blik.

De volwassenen om het kind heen moeten deze angst begrijpen en daadwerkelijke hulp bieden. Nooit, maar dan ook nooit, mag men het kind het zwijgen opleggen. Niets is immers zo schadelijk voor een gekwetst kind als wanneer het zijn woede, pijn, angst en verdriet niet mag uitspreken. Ik noem dat ronduit een criminele behandeling!

Deze inactiviteit van de jeugdhulpverleners, waarmee zij misbruik feitelijk toestaan, is niet alleen een verdedigingsmechanisme tegen hun eigen pijn uit de kindertijd; het is ook een fundamentele ontkenning van misbruik. Dit brengt het acute gevaar met zich mee van verdere traumatisering en verwarring bij het kind, omdat het nog steeds niet begrepen wordt en het lijden blijft voortduren. Maar elk kind weet diep vanbinnen dat deze leugens geen liefde zijn.

Het leven van een kind van wie de stem niet gehoord en wiens lijden niet herkend wordt, kent – zoals gezegd – een tragisch verloop. Dit heeft niet zelden de dood tot gevolg; jaarlijks sterven er immers ongeveer 55 kinderen aan de gevolgen van kindermishandeling. Nu ik het rapport van de Inspectie voor de Jeugdzorg uit 2013 over de gewelddadige dood van de broers Julian en Ruben uit Zeist heb gelezen, ben ik ervan overtuigd: wanneer de betrokken hulpverleners onvoorwaardelijk partij voor het kind hadden gekozen, en de zorg en bescherming hadden georganiseerd vanuit het perspectief van het lijdende kind, dan waren deze jongens waarschijnlijk nog in leven geweest. Als de vader destijds onder de hulpverleners een 'wetende getuige' had gevonden die hem had geconfronteerd met de weggestopte gevoelens uit zijn eigen kindertijd, dan had het niet meer voor de hand gelegen dat hij zich op zijn eigen kinderen zou wreken voor het leed dat hij als klein, hulpeloos kind zelf moest verduren.

Onderdrukte emoties uit de kindertijd van de ouders moeten door hulpverleners serieus worden genomen. Dat kan alleen als zij hun eigen ouders ter discussie durven stellen en hun eigen lijden als kind werkelijk hebben doorvoeld. In dát licht kunnen zij in hun werk de woorden en gedragingen van ouders en kinderen analyseren en verstaan vanuit het pure perspectief van het kind. De wreedheid van ouders wordt nu dikwijls niet herkend, of hulpverleners staan er ambivalent tegenover omdat zijzelf als kind aan dergelijke behandelingen hebben blootgestaan en die waarheid verloochenen. Eens waren zijzelf immers slachtoffer van zulke daden. Zij dragen doorgaans zoveel onbewuste angst voor hun eigen ouders met zich mee, dat deze angst hen verhindert om onvoorwaardelijk aan de kant van het kind te gaan staan. Het is de kinderlijke verwarring waarin zij zijn blijven steken, die ironisch genoeg de basis vormt van de meeste theorieën over hoe een kind benaderd moet worden.

Een voorwaarde om ouders empathie te leren, is hen te voorzien van de juiste informatie. Het is dan ook bevreemdend dat de mensen die er juist zijn om de ontwikkeling van een kind veilig te stellen, hen deze cruciale inzichten onthouden. De bevindingen uit onderzoeken van experts op het gebied van kindermisbruik (onder anderen Alice Miller, Bruce D. Perry en Martin Teicher) tonen immers onomstotelijk aan dat allang bekend is wát tot kindermishandeling en misbruik leidt.

Maar het is niet alleen in het kind dat u het levende en spontane bestrijdt. Dit doet u ook in uw eigen ware zelf, en daarmee verraadt u het meisje of het jongetje dat nog altijd in u leeft. Iedereen lijkt dit normaal te vinden en het valt niemand op, omdat we dit gedrag in onze maatschappij massaal vertonen. Pas als we in staat zijn om het machtsspel te ontrafelen dat onze ouders met ons speelden toen we nog klein, hulpeloos en volledig van hen afhankelijk waren – het stellen van rigide grenzen, het opleggen van structuur en 'de baas blijven' op straffe van de onthouding van liefde – kunnen we in onze volwassenheid werkelijk groeien. Dan pas kunnen we empathie ontwikkelen voor het kind dat we ooit waren. Want de middelen die onze ouders destijds gebruikten, waren louter bedoeld om hun eigen onverwerkte emoties te ontladen.

Wanneer we sensibiliteit hebben ontwikkeld voor ons eigen lijden als kind, kunnen we ouders helpen de tragedie van hun eigen bestaan te ontdekken. We kunnen hen laten inzien dat zij dit destructieve gedrag vroeger thuis hebben geleerd, en dat zij nu hun eigen kind daarvoor de prijs laten betalen. Gedreven door de compulsie van hun eigen kinderlijke angst, bedreigen zij hun kind met het onthouden van liefde als het niet gehoorzaam en volgzaam is.

Als we de moed hebben om onze eigen geschiedenis recht in de ogen te kijken, brengt dat een fundamentele verandering in ons hart teweeg. Pas dan kunnen we in ons persoonlijk leven én in ons werk daadwerkelijk bijdragen aan een emotioneel gezonde en dus veiliger samenleving. Dan kunnen we kinderen – zoals dat jonge meisje – helpen om hun ziel te openen en hen ondersteunen om te leven naar hun eigen gevoelens en behoeften. Naar hun ware zelf.

 

Met vriendelijke groet,

Oliane Roos

 

Afschrift van deze brief is verzonden naar de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS).

 

Gebruikte literatuur

Boeken

  • Miller, A. (1997). Breaking Down the Wall of Silence. Pagina 171.
  • Miller, A. (1997). Het Drama van het Begaafde Kind.

 Online bronnen & Video's

  • Center on the Developing Child (Harvard University). Video: InBrief: The Impact of Early Adversity on Children's Development. Bekijk op Harvard.edu of via YouTube.
  • University of East Anglia (2014). Onderzoekspublicatie: From physical punishment to emotional abuse. Lees artikel op EurekAlert.

Toelichting bij de tekst

Over emotionele verwaarlozing: Hiertoe reken ik ook de situatie waarin de stem van het kind niet gehoord wordt. Er wordt niet ingegaan op gevoelens en behoeften; deze worden genegeerd, niet serieus genomen en ondergeschikt gemaakt aan die van de volwassene. Het kind wordt hierdoor geremd in de ondersteuning om te leven naar zijn eigen gevoelens en behoeften.

  • Definitie van empathie: Met empathie bedoel ik niet liefde of vriendschap, maar de specifieke vaardigheid om de ander aan te voelen en met hem of haar mee te voelen.
  • De wetende getuige: Dit is een persoon in de omgeving van het kind (zoals een buurvrouw, leraar of grootouder) die het kind kan vertrouwen en die aan zijn kant staat. Deze persoon geeft het kind het gevoel dat het niet slecht is en een vriendelijke behandeling waardig is.

 

 

Tags:

Picture 44.jpg

Laatste artikelen

Archief

Platform onze kindertijd © Rupz | Inloggen beheerder.